Een warmtepomp kan voor ondernemers een interessante stap zijn richting een energiezuiniger bedrijfspand, maar de investering is niet in iedere situatie automatisch verstandig. De technische staat van het gebouw, het huidige verwarmingssysteem en vooral de benodigde aanvoertemperatuur hebben grote invloed op het rendement. Wie alleen naar de warmtepomp zelf kijkt, mist daarom een belangrijk deel van de businesscase. Juist de combinatie van isolatie, warmteafgifte en gebruik van het pand bepaalt of de overstap financieel én technisch logisch is.
Lage temperatuur maakt een warmtepomp interessanter
Een warmtepomp werkt doorgaans gunstiger wanneer het verwarmingswater niet extreem heet hoeft te worden. Dat maakt een afgiftesysteem met een groot oppervlak interessant.
Vloerverwarming van Altherm verspreidt warmte over vrijwel het volledige vloeroppervlak. Daardoor kan een ruimte in veel gevallen met een lagere watertemperatuur worden verwarmd dan bij traditionele, compact gedimensioneerde radiatoren.
Voor ondernemers is dat relevant omdat een lagere benodigde aanvoertemperatuur het rendement van een warmtepomp kan verbeteren.
Dat betekent niet dat ieder bedrijfspand eerst volledig van vloerverwarming moet worden voorzien. Bestaande radiatoren kunnen soms voldoende capaciteit hebben bij lagere temperaturen. Dat moet per gebouw worden doorgerekend.
Begin met het warmteverlies van het pand
Voordat wordt gekeken naar een specifiek type warmtepomp, moet duidelijk zijn hoeveel warmte het gebouw werkelijk nodig heeft.
Een oudere bedrijfshal met grote overheaddeuren, weinig isolatie en veel luchtverversing heeft een heel ander warmteverlies dan een modern kantoor met HR++-glas en goede dakisolatie.
Wanneer het warmteverlies hoog blijft, moet de installatie veel vermogen leveren. Dat kan leiden tot een grotere warmtepomp, hogere investeringskosten en minder gunstige bedrijfscondities.
Daarom kan het financieel aantrekkelijker zijn om eerst de gebouwschil aan te pakken.
Dakisolatie, kierdichting of beter glas kunnen de benodigde verwarmingscapaciteit verlagen. Vervolgens kan een kleiner en efficiënter systeem voldoende blijken.
Kijk niet alleen naar de terugverdientijd
Bij zakelijke investeringen wordt vaak direct gevraagd binnen hoeveel jaar de aanschaf is terugverdiend.
Dat is begrijpelijk, maar een warmtepomp heeft meerdere financiële effecten.
De bestaande verwarmingsinstallatie heeft bijvoorbeeld eveneens onderhoud nodig en zal uiteindelijk vervangen moeten worden. Wie de overstap plant op een natuurlijk vervangingsmoment hoeft de volledige investering daarom niet altijd te vergelijken met niets doen.
Ook energietarieven, jaarlijkse bedrijfsuren en toekomstige veranderingen in het pand spelen mee.
Een installatie die twintig uur per week wordt gebruikt heeft een heel ander verbruiksprofiel dan een kantoor of zorglocatie die zeven dagen per week op temperatuur blijft.
Het afgiftesysteem kan de businesscase maken of breken
Een veelgemaakte fout is een warmtepomp selecteren zonder voldoende aandacht voor de manier waarop warmte in het gebouw wordt afgegeven.
Als een pand pas comfortabel wordt bij zeer hoge watertemperaturen, moet de warmtepomp harder werken. Daardoor kan het rendement dalen.
Bij een renovatie is het daarom verstandig om de verschillende mogelijkheden voor vloerverwarming en aanverwante systemen mee te nemen in dezelfde analyse als de warmtebron.
Niet iedere ruimte heeft dezelfde oplossing nodig
Een kantoorruimte kan bijvoorbeeld uitstekend met vloerverwarming worden verwarmd, terwijl een magazijn met grote hoogte mogelijk een andere oplossing vraagt.
Ook ruimtes die slechts kort worden gebruikt verdienen aandacht. Vloerverwarming reageert relatief traag, waardoor een systeem minder geschikt kan zijn wanneer een ruimte binnen korte tijd sterk moet opwarmen.
Een bedrijfsgebouw hoeft daarom niet overal hetzelfde afgiftesysteem te gebruiken.
Bedrijfstijden beïnvloeden de juiste regeling
Een woning heeft doorgaans een redelijk voorspelbaar gebruikspatroon. Bij bedrijven kan dat sterk verschillen.
Een kantoor is ’s nachts leeg, een productiebedrijf werkt mogelijk in ploegendienst en een showroom kan juist vooral overdag en in het weekend worden gebruikt.
De regeling moet daarop aansluiten.
Een warmtepomp werkt meestal liever langere tijd op een rustig vermogen dan met korte, zware verwarmingspieken. Een pand volledig laten afkoelen en vervolgens vlak voor opening snel op temperatuur brengen is daardoor niet altijd de meest efficiënte strategie.
Bij goed geïsoleerde gebouwen kan een beperkte temperatuurverlaging buiten bedrijfstijden praktischer zijn.
Eigen zonnepanelen veranderen het rekensommetje
Veel bedrijfspanden beschikken over grote dakoppervlakken en daardoor over mogelijkheden voor zonnepanelen.
Een warmtepomp maakt het mogelijk om een groter deel van het energiegebruik te elektrificeren. Daardoor kunnen eigen opwek en warmtevoorziening beter met elkaar worden verbonden.
Toch vallen productie en warmtevraag niet altijd samen.
De grootste hoeveelheid zonne-energie wordt vaak geproduceerd op momenten dat de warmtevraag relatief laag is. In de winter is het juist andersom.
Daarom moet eigen opwek niet simpelweg worden afgetrokken van het verwachte verbruik. Het moment waarop elektriciteit wordt geproduceerd en gebruikt is eveneens belangrijk.
Koeling kan extra waarde toevoegen
Een investering hoeft niet uitsluitend te worden beoordeeld op verwarming.
Veel moderne bedrijfsgebouwen hebben in de zomer juist te maken met een koelvraag. Grote glasoppervlakken, apparatuur en goede isolatie kunnen ervoor zorgen dat warmte lang in het gebouw blijft hangen.
Afhankelijk van het type warmtepompsysteem kan ook koeling mogelijk zijn.
Wanneer een bestaande airconditioning of koelinstallatie hierdoor gedeeltelijk kan worden vervangen of anders kan worden ingericht, verandert de financiële vergelijking.
Ook comfort heeft economische waarde. Een stabiele binnentemperatuur kan relevant zijn voor werknemers, klanten en processen die gevoelig zijn voor temperatuurschommelingen.
Een gefaseerde aanpak kan verstandiger zijn dan alles tegelijk
Niet ieder bedrijf hoeft in één verbouwing volledig van het gas af.
Bij grotere panden kan een gefaseerde verduurzaming praktischer zijn. Eerst isoleren, daarna het afgiftesysteem geschikt maken voor lagere temperaturen en vervolgens de warmtebron vervangen geeft meer ruimte om iedere stap technisch goed uit te voeren.
Een eenvoudige praktijktest kan eveneens waardevol zijn. Door een bestaande cv-installatie tijdelijk met een lagere aanvoertemperatuur te laten werken, ontstaat een eerste indruk van hoe goed het gebouw bij lagere temperaturen warm blijft.
Zo wordt duidelijk waar knelpunten zitten voordat grote investeringen worden gedaan.
Het beste investeringsmoment hangt vaak samen met onderhoud
Wanneer een bestaande ketel of installatie nog jarenlang probleemloos kan functioneren, ziet de financiële afweging er anders uit dan wanneer vervanging toch al op korte termijn nodig is.
Hetzelfde geldt voor vloeren.
Wanneer een bedrijfspand binnenkort wordt gerenoveerd en de vloer toch wordt vervangen, kan dat een logisch moment zijn om vloerverwarming mee te nemen. Wordt een volledig afgewerkte vloer uitsluitend voor de verwarmingsinstallatie verwijderd, dan lopen de projectkosten vanzelfsprekend verder op.
Een slimme investering ontstaat daardoor vaak niet door één los product te kiezen, maar door verschillende geplande werkzaamheden op het juiste moment te combineren.
Recente reacties